Jas: Topman - Broek: Zara - Shirt: River Island

“Maarten..” de stilte die volgt vertelt me dat ik moet reageren. Ondanks dat ik weet dat zijn pauze enkel is ingelast, omdat hij me iets gaat vragen wat hij spannend vindt besluit ik te antwoorden. “Wat is er?” vraag ik. “Als jij later rijk bent.. Dan blijven we toch nog wel beste vrienden?” vroeg mijn vroegere beste vriend terwijl hij nog iets dieper in de slaapzak van het logeerbed kroop. “Ja tuurlijk” antwoordde ik zonder te liegen. “Maar nu gaan we slapen, het is al laat”. Onze ogen sluiten terwijl het nachtlampje waakzaam over ons blijft branden.

"Als jij later rijk bent.. Dan blijven we toch wel beste vrienden?"

Het was niet alleen mijn beste vriend die een bepaald beeld van me had. Iets in mij doet mensen denken dat ik iets heb. Dat ik iets ben. Iets waar ik volgens sommigen ook zelf in zou geloven. Vaak zijn mensen verbaasd over hoe normaal ik ben en voelt het voor mij alsof ik ze heb teleurgesteld. Alsof ze een kaartje kochten om uren te klappen voor een one man show, maar uiteindelijk uit frustratie met rotte tomaten staan te gooien tegen iemand die niet aan hun verwachtingen kan voldoen. Vaker dan anderen wordt mijn voor- en achternaam in één adem genoemd alsof het iets voor moet stellen.  Twee van mijn inmiddels beste vrienden zijn een goed voorbeeld. Ik leerde ze kennen tijdens mijn vakantie in Gran Canaria. “Ik kende je eigenlijk al van Instagram, maar ik dacht altijd dat je heel arrogant was. Eigenlijk ben je best aardig”. zei de ene terwijl de ander een slok van zijn cocktail nam waaruit bleek dat hij het er mee eens was. Ondanks dat ik bewust ben dat ik deze opvatting zelf voed door de manier waarop ik kan kijken, kan lopen of kan zijn is het enkel een laagje. Een plasticje ter bescherming, meer is het niet. Het is als het stof op een lampenkap waarmee je na één keer blazen eindelijk goed kan zien welke kleur de kap had toen je hem kocht. Het is het bekende muurtje die ik heb gemetseld door dingen die me hebben gevormd. Vaak overkomen, soms slecht doordacht en toch gehandeld. En hoe sterk het cement de bakstenen lijkt te omarmen is er niks groters in mij dat schreeuwt. Schreeuwt of er alsjeblieft iemand met een sloophamer even één keer keihard kan rammen zodat ze mij zien. Ik mag het helemaal niet vragen.

"Diep verzonken in grootste dromen over zeeën van geld met golven van biljetten"

Dat ik zelfingenomen zou zijn is simpelweg niet waar. Verlegenheid en arrogantie zijn als een twee-eiige tweeling, enkele gelijkennisen en toch zo verschillend. Het was de meester op de basisschool die zei dat ik zo goed kon presenteren toen ik mijn spreekbeurt over ‘De Islam’ hield. Het was de vader van een vriendinnetje die me na afloop van de eindejaars opvoering van toneelles vertelde dat ik het was die het stuk droeg en het waren mijn vrienden die me op nummer 1 rankte bij een spelletje “Ranking the stars” op de vraag wie het meest succesvol zou worden. Eerlijk gezegd twijfel ik dagelijks. Wat zeg ik? Uurlijks. Misschien wel minutelijks aan mijn kunnen en vraag ik mezelf vaker dan normaal af waar ik nou echt goed in ben. Begrijp me niet verkeerd, ik ben zeker niet onzeker over wie ik ben en wat ik kan. Ik probeer te zeggen dat het geloof in mijn zijn en kunnen voornamelijk extern is en dat zoiets intern behoorlijk aan je kan knagen. Toch moet ik niet zeuren. Ik zou het geloof moeten zien als het nachtlampje dat waakzaam over mij en mijn beste vriendje scheen terwijl wij diep verzonken waren in onze grootste dromen over zeeën van geld met golven van biljetten, succes en datgene mogen doen wat je het allerliefste doet. Schrijven bijvoorbeeld.