V

eilig op mijn houten kinderstoel wiebel ik wat heen en weer. Dit is het moment waar ik de hele week naar uit heb gekeken: De kring! In een rondje van onschuldige kindersnoetjes vertellen we elkaar wat we later willen worden als we groot zijn. Waar ik droomde van filmsets, meterslange rode lopers, spotlights en limousines waren het de meisjes die een hele andere toekomst voor zich zagen: Moeder worden.

Inmiddels zijn we jaren ouder en een aantal jonge moeders rijker. De meisjesdromen van het moederschap zijn ingeruild voor zwangere buiken, gevoelige tepels en krijsende baby’s. Plots realiseer ik me dat ik in een fase van mijn leven ben beland waarin ik mensen feliciteer met pasgeboren zoons en dochters, vaste contracten en gekochte huizen...

Mijn meest serieuze relatie was een verdwaalde hetero in een quarter life crisis die twee dagen lang dacht van me te houden en zich toen realiseerde toch meer van vagina’s te genieten

En daar ben ik. Ik lag afgelopen zondagmorgen nog languit in de rododendron van de buren na een avond waarbij de wijntjes net iets te lekker smaakten. Mijn meest serieuze relatie was een verdwaalde hetero in een quarter life crisis die twee dagen lang dacht van me te houden en zich toen realiseerde toch meer van vagina’s te genieten. Mijn grootste zorgen zijn of mijn cactus wel een scheut water heeft gehad de afgelopen twee maanden en ik heb geen idee wanneer ik voor het laatst een stuk groente at.

Ondanks dat ik best geloof dat anderen eerder klaar zijn voor het grote mensen bestaan besef ik meer dan ooit wat voor een klein kind ik ben. Ik ben nog steeds naïef, goedgelovig en te impulsief om mezelf van fouten te behoeden. Ik weet nog steeds niet precies wie ik nou helemaal ben en wat ik precies wil in het leven. Misschien wil ik wel net als Peter Pan in een groene maillot ronddwarrelen en voor altijd kind blijven. Misschien duurt mijn speelkwartier geen vijftien minuten, maar een leven lang. Misschien zal ik wel nooit binnen de lijntjes kleuren en heel misschien wil ik dat ook helemaal niet eens.

Heel soms kan ik best jaloers zijn op de mensen die het levenspad volgens de bekende route volgen. Nooit lijken ze verdwaald of van de route afgeweken. Het is een route die we kennen en massaal bewandelen. Een route vol files, botsende auto’s en toeterende bestuurders. Het is een route waarbij je tijdens het rijden jezelf afvraagt of dit wel echt de bestemming is waar jij hoort te zijn, maar er is geen plek om te keren. Een route die het snelste is, maar ook enkel saai rechtdoor. Ik mag dan enkele kilometers achterlopen, maar ik heb in de tussentijd wel bospaadjes, bergweggetjes en kruispunten gezien. En mocht ik het ooit nog willen dan kan ik altijd omkeren naar die veilige houten kinderstoel waar ik veilig kan blijven dromen over “Later als ik groot ben”.