T

wintig minuten en drie fietsroutes verder kan ik het nog niet vinden: De Nieuwe Meer.  Een afgelegen plek waar mannen andere mannen kunnen ontmoeten. Niet alleen voor een praatje, maar voor datgene dat hun vrouw ze niet kan geven: mannenseks. 

Als een leeuw op de savanne op zoek naar zijn prooi loop ik door het gebied. Hoe dieper ik de natuur in kom hoe meer joggende vrouwen en hondenbaasjes plaats maken voor schuwe mannen met capuchons kijkend naar de grond. Ik voel dat ik warm ben. De met bloesem bebloemde bomen maken langzaam plaats voor donkere bomen waar om de zoveel meter een eenzaam vuilniszakje hangt. Het is een man in een veel te duur pak die me duidelijk maakt dat ik ben waar ik wilde zijn. 

Ik bewandel het pad naar een oud houten hekje en passeer twee vrouwelijke wandelaars. Ik betrap me erop dat ik ook ineens naar de grond staar. Ik weet dat ik hier ben voor dit artikel, maar ieder ander heeft geen idee. Het houten hek valt met een knal achter me dicht en links en rechts schieten de mannenhoofdjes als stokstaartjes in de lucht. Ik hoef geen twee keer te kijken om te weten dat deze mannen voor mij te oud en te ongelukkig zijn met hun vrouw om ze aantrekkelijk te kunnen vinden. 

De Nieuwe Meer is een natuurgebied in het zuidwesten van Amsterdam

Plots begin ik een klein beetje hardop te lachen. Ik vraag me af of ik deze mannen zal begroeten of juist niet. Ik heb geen idee wat hier de huisregels zijn. Ik loop over de bewandelde zandpaadjes en hoor geritsel achter me. Stiekem kijk ik even om en zie dat drie mannen me volgen. Om het zeker te weten sla ik gekke paadjes in en loop over gevallen boomstammen. Kut, ik stap opeens in een moeras. Schoen doorweekt. Ik kan niet verder en draai me om. De drie mannen moeten van dit moeras hebben geweten en staan iets verder van me af. 

"Twee van de drie graaien in hun kruis alsof groepen bosluis hun onderbroek zijn ingelopen" 

Twee van de drie graaien in hun kruis alsof groepen bosluis hun onderbroek zijn ingelopen. Weer lach ik, maar nu van binnen. Waar ben ik beland? De drie mannen kijken me aan en hun blik is vragend. Ik loop langs ze heen en schud vriendelijk van links naar rechts. Ik loop verder en twee van de drie vonden mijn nee-schuddende beweging te onduidelijk en volgen me nog steeds.  

Dit kat-en-muisspel doet me denken aan vroeger. Ik heb het gevoel alsof ik tikkertje aan het spelen ben: Tikkie! jij zuigt me. Een paar stappen en drie vuilniszakken verder heb ik ze eindelijk afgeschud. Ineens wordt mijn giechelende-ik vervangen door een trieste gedachte. Ik heb het nooit nodig gehad om hier heen te gaan, ik hoef niet stiekem te doen over mijn geaardheid. Natuurlijk weet ik dat hier ook uit-de-kast-homo’s lopen die er misschien gewoon op kicken, maar een deel van deze mannen daarentegen zitten gevangen in een wereld van een vrouw, een trouwring en kinderen terwijl alles in hun leven schreeuwt om de liefde van een man. Te lang getrouwd en te veel kinderen om nu nog te besluiten om van wereld te veranderen. Zich neergelegd bij dit stukje grond dat ze af en toe laat voelen alsof ze deel uit maken van de wereld waar ik wel openlijk in leef. 

Tussen de trieste bomen en dode takken staan daar ineens twee uitgezakte billen. Spiernaakt en spierwit lijken ze tussen al het donkere van het bos bijna opgelicht. De man staat iets voorover gebogen tegen een omgevallen boom. Tussen de openscheurde condoom verpakkingen hoopt hij op zijn beetje geluk. Ik kan me niet voorstellen dat leven in deze illusie hem gaat helpen gelukkig te worden. Ik kan het me niet voorstellen. 

Ondanks dat er iemand rondliep met een vuilniszak om alle condooms op te ruimen lagen er om de paar meter wel een paar condoomverpakkingen.

Dwalend in mijn gedachte schrik ik op. Als ik net denk alles wel gezien te hebben staan er drie karamel gekleurde ossen voor me te grazen van vers gras. Vader en moeder os staan gelukkig naast hun kleine baby. Ik heb geen verstand van ossen en sta verstijft te wachten tot ze doorlopen. 

“Die doen helemaal niks hoor” zegt een luide mannenstem achter me. Ik draai me om en de man in het dure pak staat voor me. 

“Oh” zeg ik. 

“Eerste keer?” vraagt hij. 

Eerste en laatste had ik willen zeggen maar besluit enkel te knikken. De man stapt naar me toe en zijn hand reikt naar mijn broek. Snel zet ik een stap opzij en loop weg. Genoeg meegemaakt om over te schrijven denk ik. Ik wil hier niet meer zijn en loop snel richting de uitgang. Onderweg passeer ik één van de drie mannen die me eerder achtervolgden. Hij haalt een briefje van 50 euro uit zijn zak en kijkt me aan. Dit keer reageer ik niet en loop snel door. Het houten hekje knalt met dezelfde klap als een half uur geleden achter me dicht en ik stap op de fiets. Het scherm van mijn telefoon licht op met een berichtje van die ene leuke jongen: “Zin in vanavond! Half negen afspreken?” Ik begin weer van binnen te giechelen en vraag me af wat ik vanavond aan zal trekken.